Bufferrente De zogenoemde bufferrente is een mengvorm van de vaste en variabele rente. De rente staat vast binnen een bepaalde marge. Renteschommelingen werken pas door als deze groter zijn dan de van tevoren overeengekomen marge: de buffer.
Voorbeelden Stel dat de gekozen vaste rente 6% is en de buffer 2% bedraagt. De buffer ligt dan tussen de 4% en 8% (6-2 en 6+2). Zolang de marktrente tussen de 4% en 8% blijft bewegen, is er niets aan de hand en blijft u 6% rente betalen.
Stel echter dat de marktrente boven de bovengrens uitkomt en 9% is, dan wordt de afgesproken rente van 6% verhoogd met het verschil tussen de bovengrens (=8%) en de marktrente (=9%). U gaat dan 6% + 1% = 7% betalen. Stel nu dat de marktrente beneden de benedengrens uitkomt en 3% is, dan wordt de afgesproken rente van 6% verlaagd met het verschil tussen de benedengrens (=4%) en de marktrente (=3%). U gaat dan 6% - 1% = 5% betalen.
Voordelen 1. De bufferrente biedt u meer zekerheid, vergeleken met de variabele rente en is dan ook iets duurder. 2. Gaat de rente binnen de bandbreedte omhoog, dan heeft u gedurende de gekozen periode daar geen last van. 3. De bufferrente is iets goedkoper dan de vaste rentevariant.
Nadelen 1. U koopt "zekerheid" en dat vertaalt zich in een hoger rentepercentage. 2. Hoe langer de gekozen periode, hoe hoger de rente. 3. Gaat de actuele rente binnen de bandbreede omlaag dan profiteert u daar niet van.
Risico Met de bufferrente loopt u iets meer risico, vergeleken met de vaste rente.
|